Verloop bevalling

Jij mag tussen de 37 en 42 weken zwangerschap bevallen onder onze begeleiding, tenzij jij om medische redenen aan de gynaecoloog bent overgedragen. Elke bevalling is anders en vaak ervaar je pas tijdens de bevalling wat belangrijk voor jou is. Een bevalling kan zorgen, vragen en onzekerheid met zich meebrengen: Kan ik de pijn aan? Is het kindje gezond? Hoe lang gaat de bevalling duren? Het is belangrijk om te weten wat er met je lichaam gebeurt. Dit heeft een positieve werking op de bevalling. Hieronder lees je meer over het proces van de bevalling.

Ontsluitingsfase
Tijdens de bevalling moet er heel wat gebeuren in je lichaam. Je kunt je baarmoeder vergelijken met een ballon met een tuitje. Dat tuitje is jouw baarmoedermond, deze is ongeveer 4 cm lang. De baarmoedermond moet wat naar voren komen richting het baringskanaal. Hij moet soepel worden (verweken), korter worden (verstrijken) en open gaan staan (ontsluiten).

Latente fase
Het eerste deel van je bevalling noemen we de latente fase. In deze fase begin je vaak met wat onregelmatige weeën om de 7-10 minuten die ongeveer 30 a 50 seconden duren. Deze weeën kun je meestal nog goed opvangen. Ze zorgen ervoor dat jouw baarmoedermond soepel en week wordt, maar ook dat hij steeds korter wordt. In deze fase krijg je zo’n 3 cm ontsluiting waarbij je wat slijmerig bloedverlies kunt hebben. Vaak hoef jij je in deze fase nog niet actief te focussen op de weeën. Deze fase kan soms wel een halve tot een hele dag duren. Wat verstandig kan zijn om in deze fase te doen:

Zoek afleiding, doe bijvoorbeeld nog wat in het huishouden;
Zorg dat je regelmatig eet en drinkt;
Blijf in beweging zolang dat kan, ga niet te vroeg ‘wachten’ tot de bevalling doorzet.

Actieve fase
Het tweede deel van je bevalling noemen we de actieve fase, deze fase volgt op de latente fase. In deze fase komen de weeën regelmatig (om de 3-4 minuten) en duren ze minimaal 60 seconden. Deze weeën heb je nodig om 10 cm ontsluiting te krijgen, de zogenaamde volledige ontsluiting. Bij een eerste kindje gaat dit gemiddeld met 1 cm per uur. Bij een volgende bevalling gaat dit meestal sneller. Vanaf de actieve fase wordt een bevalling medisch beoordeeld als ‘de bevalling is begonnen’.

De bevalling hoeft niet te beginnen met weeën. In 10% van de gevallen breken eerst de vliezen. De meeste vrouwen krijgen na het breken van de vliezen binnen 24 uur goede weeën. Krijg je binnen 24 uur geen weeën, dan moet je naar het ziekenhuis waar je een infuus krijgt om de weeën op te wekken.

Het is belangrijk om je lichaam ongestoord haar gang te kunnen laten gaan. De natuur weet namelijk vaak precies wat ze moet doen, mits jij een gezonde zwangere bent. Uit onderzoek is gebleken dat de ontsluiting sneller gaat wanneer je zoveel mogelijk ontspannen bent. De weeën kunnen hierdoor sterker worden. Dit maakt de kans dat je op eigen kracht kan bevallen, dus zonder hulpmiddelen, groter. Je kan op verschillende manieren voor ontspanning zorgen:

Neem een warme douche of bad;
Laat je masseren in je onderrug of bovenbenen;
Neem een houding aan die op dat moment voor jou het meest comfortabel is, probeer naar je lichaam te luisteren.

Voor meer informatie over hoe jij je het best kunt voorbereiden op de bevalling, en voor het omgaan van pijn kun je de folders ‘Jouw bevalling: hoe bereid je je voor’ en ‘Jouw bevalling: hoe ga je om met pijn?’.

Persfase
Wanneer je volledige ontsluiting bereikt, zit het kindje vaak zo diep in het bekken dat het tijdens de wee persdrang veroorzaakt. Tijdens de persfase komen de weeën gemiddeld om de 1-3 minuten. Als je goede persdrang hebt, mag je beginnen met persen. De natuur weet vaak goed wat ze moet doen. Het is dan ook nu belangrijk om naar je lichaam te luisteren. Wij helpen je hierbij en geven je indien nodig instructies. Bij een eerste kindje duurt het persen gemiddeld een uur á anderhalf uur. Bij een volgende bevalling gaat dit meestal sneller en duurt het vaak maximaal 30 minuten. In het animatiefilmpje ‘Normal Vaginal Childbirth’ kun je (versneld) het verloop van een bevalling zien.

Nageboorte
Na de geboorte leggen we het kindje, als alles goed gaat, bij jou op de buik en kun je even bij komen. De placenta (moederkoek) moet dan nog geboren worden. Je baarmoeder zal samentrekken en de placenta zal hierdoor loslaten. Wij helpen jou om de placenta geboren te laten worden en controleren vervolgens of deze compleet met de vliezen geboren wordt. Tijdens deze fase houden wij ook het bloedverlies goed in de gaten. Wanneer de placenta niet geboren wil worden, kunnen wij jou een injectie geven met oxytocine die helpt de baarmoeder samen te laten trekken. Dit doen we wanneer:

Wij denken dat jouw baarmoeder niet goed samentrekt;
Jij te veel bloed gaat verliezen;
De placenta niet makkelijk geboren wil worden.

Hechtingen
Na de geboorte kijken wij of jij hechtingen nodig hebt. Indien hechtingen nodig zijn, hechten wij altijd met verdoving. Heel af en toe is het nodig om naar het ziekenhuis te moeten voor het hechten. Dit doen we wanneer we geen goed zicht hebben of wanneer je te ver bent ingescheurd. Dit komt gelukkig erg weinig voor.

Borstvoeding
Wanneer jij hebt aangegeven dat je borstvoeding wilt geven, leggen wij jouw baby bij voorkeur binnen een uur na de geboorte aan de borst. Dit doen we omdat de baby dan nog goed wakker is en krachtig wil drinken en omdat je op deze manier de melkproductie het beste stimuleert. De borsten hebben namelijk vlot die prikkel nodig.

Controle
Na de geboorte kijken we jouw baby van tot top tot teen na. We letten hierbij op eventuele uiterlijke aangeboren afwijkingen. Het kindje wordt gewogen, krijgt vitamine K en mag vervolgens kleding aan. Vitamine K zorgt voor een goede bloedstolling en verkleint de kans op bloedingen. Het is echter niet verplicht om jouw kindje vitamine K te geven.
Als alles achter de rug is, gaan wij ongeveer anderhalf a twee uur na de bevalling weer weg. De kraamverzorgster blijft gemiddeld twee uur na de bevalling bij jou.

Op deverloskundige.nl is veel betrouwbare informatie te vinden over de bevalling.